Narcisme is “hot”. Niet als ideaalbeeld voor onszelf, maar als vaak waargenomen eigenschap van de praalzuchtige ander: de baas, partner of vriend.
We herkennen het stereotype snel. Denk aan Poetin, Erdogan en Trump. Zij maken narcisme overzichtelijk in een chaotische wereld. De narcist is ijdel, egocentrisch en hongerig naar bewondering. Vaak ook: mannelijk, rechts en oud. Maar wat als narcisme geen afwijking van het individu is? Wat als het een symptoom is van onze hele cultuur? Een tijdgeest die ons vormt, verleidt en uitput?
De term tijdgeest verwijst naar de geest van de tijd, het collectieve bewustzijn van een tijdperk. In de huidige tijdgeest wordt deze gekenmerkt door wat je ego-ambivalentie zou kunnen noemen: we worden voortdurend aangemoedigd om autonoom, uniek en zichtbaar te zijn — maar voelen ons alleen maar uniek als we voortdurend bevestiging krijgen van onze identity group, bij voorkeur via likes. Het gevolg van die ambivalentie? Emotionele desoriëntatie, spirituele leegte en een hunkering naar betekenis buiten de ratio om.
Zoals de psycholoog Malte Nelles stelt, Nietzsche parafraserend, God is niet dood, maar verhuisd naar het ‘ik’. De moderne mens is nu zelf voor zijn hele leven verantwoordelijk, en zoekt ook de zingeving in zichzelf. En dat is een psychische overbelasting die we slecht kunnen dragen. In deze zoektocht ontstaat een zelf dat permanent onder druk staat: het moet uitblinken, inspireren, lijden, schitteren. We zijn niet meer slechts onszelf — we zijn ons eigen project.
Van individu naar systeem: de narcistische organisatie
We zijn geneigd narcisme te individualiseren. “Mijn baas is narcistisch,” zeggen we. Maar wat als die baas slechts de spreekbuis is van een narcistische cultuur? Een organisatiecultuur waarin succes belangrijker is dan zin, waarin kwetsbaarheid zwakte is, en waarin zichtbaarheid de nieuwe valuta is?
De Duitse filosoof Byung-Chul Han beschrijft deze verschuiving scherp: we zijn niet langer onderdrukt door een autoritaire ‘moet-maatschappij’, maar uitgeput door een ‘kan-maatschappij’. We exploiteren onszelf in naam van vrijheid, positiviteit en prestatie. De mens wordt ondernemer van zijn eigen bestaan, voortdurend werkend aan zijn ‘personal brand’. De prijs? Burn-out, depressie, angst — en een toename van narcistisch gedrag.
Het Größenklein, de verborgen narcist
Psychiater Hans-Joachim Maaz voegt de verborgen narcist toe aan het bekende stereotype. Hij noemt ze het Größenselbst en het Größenklein. Het Größenselbst is het opgeblazen ik — zelfverzekerd, onaantastbaar, alleswetend. Dit is het ik van LinkedIn-profielen, boardrooms en Instagram. Het Größenklein is de andere pool: bescheiden, onzichtbaar, volgzaam, maar met een diep gevoel van minderwaardigheid en angst om niet erkend te worden. Het is de zelfopofferende helper, de stille lijder, soms de verbeten vertegenwoordiger van een slachtoffercultuur. Het toont zich in burn-outs, cynisme en het langzaam verdwijnen van betrokkenheid.
Volgens Maaz zijn beide vormen — grootheidswaan en minderwaardigheid — het gevolg van een gebrek aan liefde in de vroege kindertijd. Beide willen gezien worden in hun ware zelf.
Gezond en ongezond narcisme
Narcisme kent vele gradaties: van ernstige psychische stoornissen tot milde vormen die nuttig en zelfs noodzakelijk zijn in organisaties.
Psycholoog en leiderschapsgoeroe Manfred Kets de Vries maakt onderscheid tussen gezond en ongezond narcisme. Gezond narcisme — een stevige identiteit, veerkracht, realiteitszin — is zelfs noodzakelijk voor leiderschap. Maar zodra de balans doorslaat naar grootheidswaan, manipulatie en empathisch onvermogen, verandert de leider in een bedreiging.
In organisaties is het verschil vaak moeilijk te zien. Grandioos narcisme wordt vaak verward met charisma; verborgen narcisme en slachtofferschap met toewijding. Bovendien gedijen narcisten in contexten waarin bewondering, prestaties en zichtbaarheid centraal staan — precies de ingrediënten van onze tijdgeest.
Organisaties die blind zijn voor deze dynamiek creëren wat je ‘spiegelpaleizen’ zou kunnen noemen: omgevingen waarin iedereen voortdurend zijn reflectie polijst, maar niemand werkelijk contact maakt. Afwijkende meningen worden ontmoedigd, kritiek wordt ervaren als aanval, en zingeving wordt vervangen door slogans.
Narcisme als overlevingsstrategie
De toename van narcistisch gedrag is dus niet alleen een pathologie, maar ook een aanpassingsmechanisme. In een tijd waarin prestatie en zichtbaarheid de norm zijn, kan het cultiveren van een groots zelfbeeld bescherming bieden. Zeker in een wereld waarin ‘kwetsbaarheid’ en ‘authenticiteit’ paradoxaal genoeg tot nieuwe succesfactoren zijn geworden — mits goed geëtaleerd.
Daarbij verschilt de uitingsvorm van narcisme. Mannelijk narcisme is vaker openlijk en statusgericht: superioriteit, dominantie, competitie. Vrouwelijk narcisme uit zich eerder in de relationele sfeer: emotionele manipulatie, zelfopoffering als machtsmiddel, subtiele afgunst. In organisaties zijn beide vormen aanwezig, maar vaak onzichtbaar doordat ze sociaal acceptabel zijn vermomd.
De ontzieling van de werkvloer
Het resultaat van deze collectieve dynamiek is een ‘hyperzichtbare wereld zonder ziel of afstand’, zoals Byung-Chul Han het verwoordt. Alles moet transparant zijn, meetbaar, accountable. Maar wat verdwijnt is dat wat mensen werkelijk verbindt: mysterie, traagheid, zwijgen, oncontroleerbaarheid.
Volgens socioloog Hartmut Rosa is resonantie het tegengif tegen deze ontzieling. Resonantie is geen harmonie of teamspirit, maar een wederkerige relatie tussen mens en wereld die beide transformeert. Het vereist kwetsbaarheid, ontvankelijkheid, en vooral: het loslaten van controle. Maar resonantie valt niet af te dwingen — ze is een geschenk, geen KPI.
Van weerstand naar heroriëntatie
Wat kunnen we doen met deze inzichten? Allereerst: erkennen dat narcisme geen individueel probleem is, maar een systemisch verschijnsel. In plaats van te vragen “Hoe ga ik om met een narcistische collega?”, kunnen we ons afvragen: “Wat in onze cultuur en structuren maakt narcistisch gedrag functioneel?”
Ten tweede: ruimte scheppen voor resonantie. Niet door nog meer ‘luisteren’ of een ‘open feedbackcultuur’, maar door momenten toe te laten die zich onttrekken aan controle en prestatie. Een stilte die niet efficiënt is. Een ontmoeting zonder doel. Een project dat mag mislukken.
Ook de psychologie verdient kritische reflectie. Zij focust vaak op individuele biografieën en negeert de culturele en historische krachten die het innerlijk vormen. Zoals Malte Nelles betoogt, helpt een fenomenologische dieptepsychologie om de mens niet alleen als kind van zijn ouders, maar ook als kind van zijn tijd en cultuur te zien.
En ten slotte: herwaardering van het niet-weten. Narcisme is bij uitstek de poging om elke afstand tussen zelf en wereld op te heffen — alles moet het eigen beeld bevestigen. Werkelijk leiderschap, en misschien ook werkelijk mens-zijn, begint bij het verdragen van dat niet-weten, die open ruimte, die ander.
De verborgen ethiek van het spiegelbeeld
In een cultuur die voortdurend zegt: “wees jezelf,” zijn we ironisch genoeg vooral bezig met het bouwen van een spiegelbeeld dat applaus verdient. De narcist in ons wordt niet geboren, hij wordt gevormd — door systemen die autonomie beloven, maar bevestiging eisen.
De uitdaging van onze tijd ligt daarom niet in het bestrijden van narcisme als symptoom, maar in het herkennen van de structuren en overtuigingen die het veroorzaken en belonen. Dat vraagt om moed, om verbeelding, en vooral om de bereidheid om de spiegel af en toe even neer te leggen — en werkelijk te kijken.